Over Manke Fiel

Maar wie is nu eigenlijk Manke Fiel ?
Hieronder kan je kennis maken met een levende legende uit Asse.

Manke Fiel en zijn familie

Manke Fiel, officieel gekend als Theofilius Van Vaerenbergh, woonde gans zijn leven op Koudertaverent – Terlinden.
Zijn vader was Petrus Van Vaerenbergh, geboren te Asse op 24/11/1856, zijn moeder Sophia Ghijsels, geboren te Ternat op 27.2.1857.
Dit koppel huwde te Ternat op 3.11.1881 en woonde nadien te Asse, Coutertaverent, Molenweg 7.

Theofiel of Manke Fiel woonde achtereenvolgens te Asse:

  1. volgens de telling van 1920: Steenweg naar Edingen 10
  2. volgens de telling van 1930: Steenweg op Edingen 20
  3. volgens de telling van 1947: Kaudertaverent 201
  4. volgens de telling van 1960-1970: Museumstraat 13
  • Zijn officiële beroepen, volgens diezelfde tellingen:
  • 1920: blokmaker-winkelier
  • 1930: ziftenmaker-baas (herbergier)
  • 1947: ziftenmaker / gepensioneerde
  • 1960-1970: gepensioneerde

Telkens wordt bij deze volkstelling “ongehuwd” genoteerd.
Theofiel woonde in Terlinden vanaf 11/02/1936.

In de registers van de burgerlijke stand staat nergens “museumhouder of -eigenaar” of “conservator” vermeld, enkel: gepensioneerde.

Eugeen Van den Broeck beschreef Manke Fiel als volgt:

… Moeten wij u zijn portret nog nekeer maken? Een mager, haast nietig mannemensken, rechtop, met zware baanschoenen of op zijn blokskes, eenflodderige zwarte broek, een kouwelijk loshangend blauw of grijs kazaksken, een zwart zijden mutsken… Een verrimpeld gezicht met precies wat teringachtige blozende kaakskes, een grote, grijze bijkanst vleselijke moustache en rood omrande, altijd tranende oogskens. Hij trok zijn een been wat aan. Zijn stem was zangerig, naar een hoge noot toe. Als hij met “geleerde” mensen sprak, trachtte hij beschaafd te spreken…

En nog E.V.D.B. na Fiels dood:

“Met Manke Fiel verdween een van de meest typische volksfiguren die Asse ooit gekend heeft. Manke Fiel was o.i. de meest bekende Assenaar die, ook ver buiten Asse, haast in geheel toeristisch Brabant en Vlaanderen door, gekend was.

Hij had een werk opgebouwd dat de bewondering wegdroeg van de kinderen, de verbazing van degroten en de waardering van de wandelaars en de toeristen.

Een wonderlijkefiguur, een niet te doorpeilen geest en een object van studie voor psychologen, niet van ziJn persoon alleen maar ook en vooral van het werk van ziJn wellicht verwarde verbeelding.

Public relations

Fiel verzorgde zijn publiciteit; hij ging overal in de streek wegwijzertjes plaatsen met “Museum De Vaerenberg… km.”

Wat door de toenmalige KSA-leiding als een grap bedoeld was, toen zij hem zogezegd een perkament overhandigden met de titel “Doctor Honoris Causa” en nadien twee liedjes zongen “Daar bij die molen” en “des zondags in de achternoen” (wijze Het Loze Vissertje) werd dit door Fiel in dank aanvaard.

Hij gaf die oorkonde een plaatsje in zijn museum en trok met de woorden van beide liedjes naar “den drukker.” Hij gaf immers regelmatig een reclamefolder uit met allerlei gegevens over zijn museum en met de beschrijving van de omgeving.

“Bezoekt vooreerst de merkwaardig-heden van de streek! Bezoekt het bedevaartoord Kruisborre. Maakt mooie wandelingen in de omgeving. De schoonste en plezierigste zondagsuitstap is wel een bezoek aan ’t Museum. Er is altijd volk. “

“De mensen worden verzocht na het zingen de liedjes terug te geven. Ofwel koopt men ze voor 1 BEF. De opbrengst ervan dient tot onderhoud van ’t Museum. Men verkoopt de liedjes aan 1 BEF.

Ook naar de onderwijs-instellingen stuurde Fiel regelmatig omzendbrieven; wij konden één ervan in het schoolarchief van de Broeders in de Nieuwstraat terugvinden (1942).

Ziehier de tekst:

“Aan… Eerwaarde Heeren, Eerwaarde Zusters, Heeren Onderwijzers,

mag ik zoo vrij wezen uw geirde aandacht voor het volgende te vragen: Wanneer u aan een uitstapie mocht denken voor uw patronaten, studenten- of jeugdverenigingen, scholen, enz… weet dan dat ge uwjongens en meisjes een leerrijke uitstap kunt aanbieden, door een bezoek aan het eigenaardig Museum Van Vaerenberg, Terlinden, Assche. U kunt daar allerlei oudheden, rareteiten en curiositeiten

bewonderen, onder meer Kongolese voorwerpen, enz..

De toegang is kosteloos. De verplaatsing verschaft u dubbel genoegen daar het museum gelegen is in der schoonste streken van het golvend Assche-land. Prachtige wandelingen in heerlijk groen. Op enkele minuten van daar bevindt zich ook de van ouds gekende bedevaartplaats Kruisborre, met zijn stemmige kruiskapel, gelegen midden prachtig natuurschoon en heerlijke vergezichten. Neemt de gelegenheid te baat om de jeugd met al die schoonheden te doen kennismaken. U om uw belangstelling op voorhand dankende, heet ik u van harte welkom.

Theofiel Van Vaerenbergh Assche- Terlinden

Open alle dagen, uitgezonderd ’s maandags.

Zoals u kunt opmerken had Fiel reeds in 1942 een wekelijkse rustdag: de maandag.

Hoe het Museum ontstond?

“Manke Fiel” hield vroeger een snoepwinkeltje open, en kwam natuurlijk dagelijks in betrekking met de kinderen. Fiel en de kinderen waren goede vrienden. Ze brachten hem eens enkele soldatenknopen die hij, om hen genoegen te doen, aan de muur spijkerde.

Daamaast kwam later wat vreemd geld bij, dan een prentje, een beeldje, een antiek kruisbeeld, een spinnewiel. Stilaan vulde Fiel de winkel vol met die voorwerpen. Niet alleen de kinderen, maar ook de grote mensen vonden de weg naar Manke Fiel, en… het museum was geboren.

Hij maakte een wondere Kongolese hut, kocht een fraaie windmolen, en schiep zijn prachtmozaieken. Een waardig geheel, dat thans de naam draagt van “Museum De Vaerenberg”. Talrijk zijn de bezoekers, zelfs uit Aalst, Brussel, Antwerpen, Gent, enz. komen er kijklustige toeristen.”

De pers en het museum

Er is in ons land haast geen enkel dagblad dat niet over Manke Fiel en zijn museum geschreven heeft; geen enkele illustratie die niet eens twee of meer volle bladzijden foto’s (ook in kleur) aan hem en zijn werk heeft gewijd; er ging in de nabije of verre omgeving geen fiets- of autorally door of de deelnemers moesten een vraag oplossen orntrent de honderden geheimenissen van het museum De Vaerenberg; jeugdbewegingen, ook van buiten Asse, hadden als eindpunt van hun uitstappen en wandeltochten het museum De Vaerenberg; zondag-wandelaars uit Asse en de omliggende gerneenten en zelfs uit Brussel, eindigden hun wandeltocht op Terlinden bij Fiel.

Vooral de kinderen, in groep of zomaar, waren zijn trouwste bezockers. Manke Fiel zonder kinderen, neen, dat kon men zich niet voorstellen. Trouwens, werd het materiaal voor de opbouw van het museummonument, en voor de stoffering van de museumetalages niet door de kinderen aangebracht ? Wie leverde de kleurige scherven waarmee Fiel zijn wonderbare moza:feken maakte? Wie bracht hem de munten, de prentjes, de foto’s, de wapens, de potten en kruiken, de waardevolle en prutserige museurnstukken ? De kinderen!

Na zijn dood zelfs verschenen er nog uitgebreide bijdragen over Fiel’s museum, zo o.a. in “Openbaar Kunst-bezit” (augustus/oktober 1973), een uitgebreid artikel van architect Bob Van Reeth met 4 kleurenfoto’s en 7 zwart-wit foto’s (waarschijnlijk genomen toen Fiel in de H. Hartkliniek verbleef) in de periode van verval.

Bij de N.V. De Arbeidspers, Amsterdam, verscheen in 1970 een werk van de bekende letterkundige Louis Paul Boon, met als titel: “90 mensen, belcende en minder bekende nr 156.”

En… onder deze 90 vonden wij niemand minder dan “Manke Fiel”. Op bladzijden 47 en 48 schreef Louis Paul Boon zijn bevindingen over een bezoek aan het museum van Manke Fiel. Deze 90 cursiefjes werden vooraf in “De Vooruit” gepubliceerd.

Naast uitgebreide artikels, grepen ook heel wat “gelegenheids-dichters” naar de pen om Manke Fiel en zijn museum te beschrijven.

In “De Asschenaar” van 1 juni 1961 verscheen onderstaand gedicht ondertekend met “Lode.” Wij konden achterhalen dat het een vers was van Lode Hendrickx (+ 1979).

“Meester Hendrickx” zoals hij door iedereen werd genoemd was onderwijzer en tevens secretaris van de muziekacademie “August De Boeck” te Asse en dit van 1.10.1947 tot 1.4.1976. Hij schreef tal van gedichten waarvan hij er af en toe een publiceerde in de plaatselijke weekbladen.

Heel wat onuitgegeven gedichten zijn nog in het bezit van zijn dochters. Zeggen wij tenslotte nog dat Lode Hendrickx ook een gekende figuur was in de sportmiddens. Hij was namelijk jarenlang officieel koerscommissaris van de K.B.W.B.

 

Een moleken draait naar de winden Bij ’n woning in ’t stille Terlinden. Herbouwd en bewerkt iederjaar. Ik vraag, astablieft, is ’t niet waar?

’t Museum van Asse, een wonder. Wie kan er bij ons hier nog zonder? Vernuftig, gezellig en raar. Ik vraag, astablieft, is ’t niet waar?

Met kommetjes, potten en pannen, En uurwerken, zegels en kannen; Ook kogels, maar zonder gevaar. Ik vraag, astablieft, is ’t niet waar? Met dolken, geweren en messen.

Met munten en scherven en flessen. Met spiegelkes troebel en klaar. Ik vraag, astablieft, is ’t met waar? Met benen en ijzeren knoppen. Postuurkes met artnen noch koppen. Uit d’oudheid en ’t heden te gaar. Ik vraag, astablieft, is ’t met waar?

Met handvatten, beugels en klinken, Medailles beroest en die blinken. Een harnas en vast geen bazaar. Ik vraag, astablieft, is ’t met waar?

Maar neen, ik en kan ’t al niet noemen. Geen pen zal ’t genoeg kunnen roemen. Ik zeg: ga het zien, ga tot daar! Wablieft, astablieft, is ’t met waar?…

Lode, 13 mei 1961

Fiel overleed in de H. Hartkliniek te Asse op donderdag 4 maart 1971 en een paar uur na hem zijn broer Henricus. De familieleden gingen na de uitvaartmis en de koffietafel in groep bij de notaris om te beslissen wat er zou gebeuren met het huis en de inboedel.

Het dient gezegd dat tijdens Fiel’s verblijf in de kliniek er al heel wat was verdwenen en vernield. Een buurvrouw die in vertrouwen de sleutel van de woning had, vond het poortje regelmatig open… !

Fiel had ook af en toe wat weggegeven aan familieleden en kennissen en aan schenkers van vroeger… ! Het geheel zag er in die winter van 1970 wel heel erg verkommerd uit!

Daarom werd bij de notaris besloten dat enkele stukken onder de familieleden zouden verdeeld worden… het huis gekuist en opgeruimd en “den brol!? verbrand… !

“Wij vinden het bijzonder spijtig dat de vele waardevolle museum-stukken – waardevol voor een museum, niet voor een privé-verzameling – verstrooid zijn geworden. Wat Fiel opgebouwd had, kwam grotendeels van de gemeenschap en moest, ons dunkens, terug naar de gemeenschap in een dorpsmuseum terecht gekomen zijn.”

Spijtig … ! Maar het verliep anders!

De erfgenamen , die met velen waren, kregen na de verkoop van het geheel, (voor geen 300.000 BEF verkocht) amper iets meer dan 8.000 BEF elk.

Na zijn dood

Fiel bleef na zijn dood een overbekende, onvergetelijke figuur, bij zoverre dat enkele leden van de plaatselijke club Vakantiegenoegens de naam van Manke Fiel wilden verbinden aan hun vereniging. Er was onenigheid. Vakantiegenoegens bleef bestaan, maar de “Wandel-en Recreatieclub Manke Fiel” was geboren.

Heden ten dage is deze wandelclub nog zeer actief. Elke 3de zondag van de maand (uitgezonderd in december) is er een clubwandeling. De 3e zondag van de maand april heeft de “Manke Fiel tocht” plaats en de 1ste zaterdag van oktober (of eind september) “de Hopduveltocht”.

Over de Manke Fiel wandel-tocht van zondag 19 april 1999 lazen wij in “Goeiedag Asse-Ternat” van 22.4.1999 volgend verslag:

“… Nederlanders en Limburgers die met de kampeerwagen de dag voor de manifestatie neerstrijken op het domein van kasteel Vijverbeek, geef toe, het is met meer gewoon. Toch moesten ze afgelopen zondag nog vroeg uit de veren, want om 8.30 u was het al een heel drukke bedoening, met een parking die al afgeladen vol was. De organisatoren verwachtten zo’n 1000 deelnemers, en dit aantal werd nog overtroffen.

De organisatoren stippelden wandelingen uit van 6, 8, 14, 21 en 30 km. En dit langs een ronduit schitterend parcours, want de wandelingen die Asbeek en Essene aandoen mikken qua natuurpracht recht in de roos. Een tevreden voorzitter De Bisschop ook, zondagochtend: “Ondanks concurrentie van wandelingen in het Mechelse en Geraardsbergen kunnen we vandaag rekenen op ons trouw publiek. Dat is uiteraard de beste beloning voor de 40 medewerkers die dit mogelijk maakten” weet hij.

Naast een minutieuze organisatie – een computer zorgt om het uur voor een geactualiscerde deelnemersstand hijvoorbeeld – zorgen de Manke Fielvrienden ook voor het innerlijke van de mens. Voor de niet-Pajottenlanders werd een kennismaking met ons kriekbier voorzien, vergezeld van een boterham met plattekoas…

De Wandel-en Recreatieclub “Manke Fiel”, met als doel wandelen in groep en culturele aktiviteiten, laat de naam van Manke Fiel voortleven en zo blijft Fiel onafscheidelijk verbonden met het wandeltoerisme in onze gerneente.